Hoewel mijn gong een aantal duidelijk tonen kan produceren, die ook nog mooi samenklinken, is een gong vooral een ruisinstrument. Dat wil zeggen dat je heel veel verschillende frequenties hoort, die vlak bij elkaar liggen. Zoals het ruisen van de regen of het ritselen van de blaadjes. Geluiden waar we als jagers al alert op waren, waar ons gehoor zeer gevoelig voor is. In de methode Lichtenberg wordt hier veel waarde aan gehecht.
Dat werd voor mij bevestigd toen ik in de kerstvakantie in de Eifel in de sneeuw wandelde. Het was heel stil, maar je hoorde des te beter het murmelen van een beekje, geritsel in de struiken van misschien wel een hert of everzwijn, geruis van de wind in de toppen van de bomen. Ik merkte hoe graag mijn oren zich spitsten om deze geluiden op te nemen.
Het is bijzonder om te ervaren hoe de gongs klinken wanneer je die aanraakt met je handen, je vuisten of met verschillende soorten kloppers. En hoe vaak geef je de gong een tik? Hoe lang laat je hem uitklinken? En dempt de slag alle geluiden of voegt de slag geluiden toe? Sla je op de gong of in de gong? Dat kun je allemaal uitproberen en ondergaan. Een paradijs voor luistervinken…
‹ Vorig bericht Volgend bericht › Overzicht